Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

dead bite.

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 dead bite. op ma 27 jan - 8:09

Mnemosyne

avatar
Goodnight, sleep tight
Don't let the dead bite


Vroeger, toen het leven veel minder ingewikkeld was, had een zeker klein veulentje een paar lessen geleerd over het woord hulpeloos. Het begrip wat gekoppeld werd met het synoniem zwak, machteloos, werd tegelijkertijd geassocieerd met de vrij overtuigende levenslessen die erop stonden dat het woord, in zeker zin in ieder geval, niet bestond; ‘daar geloven wij niet in,’ werd er gezegd. Er werd gezegd dat het woord ‘hulpeloos’ werd gevormd door een stelletje mokkels met geen enkel verstand van de tijd van nu.
De tijd van nu, dat was, de slimmere tijd, en dat hield in dat de paarden nu anders keken naar verwondingen en zwakheden. Ze bagatelliseerden hun onzekerheden. Doordat alle paarden dat deden, moest dit ene kleine veulentje dat natuurlijk ook doen.
Daarnaast; het kleine murmeltje was kleiner dan het gemiddelde paard. De ouderen hadden het verstandig gevonden dat ze zo snel mogelijk zou opgroeien, op eigen benen zou leren staan. Haar lichaam was kwetsbaarder, breekbaarder, en makkelijker te manipuleren, dus vanbinnen moest ze praktisch onverslaanbaar wezen. Paarden verwachtten van haar dat ze alles zou doen om te  voorkomen dat ze in lastige situaties zichzelf met haar rug tegen de muur gedrukt eindigde.
Hulpeloosheid was dus kortom niet een woord wat zich in haar woordenboek waagde.
Dus terwijl ze hier stond; midden in een vrij onbekend woud, tussen de jonge, laaghangende stengels van een grote treurwilg, vrijwel volledig van het zicht ontnomen, kwam er opeens een plekje vrij onder het kopje ‘h’ in haar woordenboek. Natuurlijk was dit, bleef ze zichzelf voorhouden, puur voor suggestie.
Het paardje, niet veel meer dan negentig centimeter hoog, had de elegante bouw van een Warmbloed. However, wat het meeste concern van de merrie was, was het feit dat ze nietsvermoedend in een leegstaand konijnenhol was gestapt, en er ongelukkigerwijs, niet meer uitkwam. Iedere keer als Mnemosyne’s strijd om lost te komen toenam, vond ze zichzelf nog een paar centimeter dieper wegzakken.
Te koppig om haar verlies toe te geven, en zeker veel te trots om voor hulp te roepen, bleef ze daar staan, met zichzelf – en het lege konijnenhol – in strijd verwikkeld. Deze bonte Amerikaanse mini had een grote trots, en mogelijk een even grote mond, maar ze had ook hersenen, gepaard met de wijsheid om bewust te zijn van haar nadelen. Alleen nu, als de frustratie het beste van haar werd, besloot ze die wijsheid te laten vallen, en zichzelf tevergeefs te bevrijden.
Met één blauw, en één bruin oog keek ze neer op haar kleine hoefje wat opgeslokt werd door het groene mos. ‘Damnit,’ vloekte ze zachtjes, met een fluweelzachte stem, albeit schor van het niet vele praten. De merrie was namelijk niet een grote prater, meer een denker, en een observeerder. Natuurlijk, ze had altijd wel scherpe opmerkingen klaar liggen.
Of het van haar zacht uitgesproken vloek was, of het van haar zachte geluidjes die ze had gemaakt tijdens het stribbelen, maar er waren tekenen van leven te bespeuren in het woud rondom haar. Niet de vanzelfsprekende geluiden van vogels en klein wild, maar een groot dier, dat met veel gekraak de takken onder z’n poten doormidden knakte, wellicht een paard. Een grote, perhaps.
Mnemo draaide haar achterhand zo ver mogelijk naar buiten, zodat haar voorhand in de richting van het geluid stond gedraaid. Haar observante ogen staarden direct naar de bewegende takken, haar oren snibbig naar achteren gedraaid.
Zodra het reusachtige paard in haar gezichtsveld was gekomen, maakte ze oogcontact, stilletjes een uitdaging aan het sturen via haar ogen; en wie mag jij wel niet wezen?


Voor één van de Blindfolded hengsten. Sorry, volgende wordt beter.
OPEN

2 Re: dead bite. op za 12 jul - 4:30

Drafnar

avatar
Hij was in een goede bij vandaag. Hij had nu eenmaal een grote afstand afgelegd en hij was van plan nog verder te reizen te dwalen. Hij hield van de nieuwe bijnaam die hij had gekregen dwaler. Het paste, het was toepasselijk omdat hij nu eenmaal dwaalde. Hij dwaalde over het land als een donkere schaduw als een vloek die kwam en terug keerde naar waar hij thuis hoorde. Maar zijn thuis dat was verwoest en hij was de oorzaak geweest. Het was zijn doel geweest zijn familie uit te moorden. Het was zijn doel geweest om te jagen op de dwazen die waren gevlucht. Maar nu, nu dat hij zijn doel had bereikt had hij gen doel meer. Het enigste wat hij nu deed was dwalen. Dwalen met een hongerig gevoel. Een honger naar bloed naar dood. Een honger naar een nieuw doel in zijn leven. Hij dwaalde, niet alleen op het land maar ook in zich zelf. Hij was opzoek, opzoek naar wie hij nu echt was. Ergens was hij opzoek naar zijn vroegere zelf. De vriendelijke, lieve hengst dat hij ooit was geweest. Hij groef, hij groef diep in zijn binnenste maar hij kon de oude hem niet meer terug naar boven halen. Geen emotie die nog in hem leefde. Geen pijn, geen woede, geen liefde, geen vriendelijkheid. Alleen kille duisternis die in zijn hart leefde. Het had hem overgenomen, het had hem opgepeuzeld en hij hield er van. Hij hield van de kilte en het gevoel van vrijheid. Hij was niet gebonden aan anderen hij had niemand, gaf om niemand en zou dat waarschijnlijk ook nooit meer doen. Zijn vriend de duisternis, zijn eten het bloed van zijn slachtoffers. Hij kon ze bijna vrienden noemen. Maar dat woord zou nooit over zijn lippen komen. Dat woord verachte hij… Toch kon het hem niets schelen. Het kon hem ook niets schelen welke verhalen over hem de ronde gingen. Zolang ze hem maar vreesden. Zolang ze maar wisten dat er een schaduw van de dood over het land zwierf. Zolang anderen dat wisten was hij gelukkig en hij zou er voor zorgen dat ze het niet snel vergaten. Want iedereen die het zou vergeten zou hij persoonlijk komen opzoeken. Hij zou de ergste nachtmerrie worden… Misschien was dat een nieuw doel. Maar voor nu wilde hij niets liever dan dwalen. Opzoek naar een nieuw stukje in zijn leven. Zijn nieuwe ik was al lang gevormd en hij wist dat het niet makkelijk zou veranderen als het ooit al zou veranderen. Hij was the dark one. Een naam waar hij trots op was en zou blijven. Zijn familie had hem zo genoemd en vroeger had hij het een schande gevonden. Maar sinds hij het bloed had zien vloeien en de schreeuwen had gehoord wist hij dat het de juiste naam voor hem was. Hij had niet gekozen om te zijn hoe hij nu was. Het waren de anderen die hem zo hadden gemaakt. Hij was de dodelijk vloek geworden
Zijn donkere ogen gleden over het gebied heen. Hij was in het wilgenwoud terecht gekomen. Ondanks de vele bomen was het nog altijd redelijk klaar. Maar er waren ook veel schaduwen waarin hij zich makkelijk kon verstoppen. Waar hij zich thuis in kon voelen. Het enige dat hij aan dit gebied echt haatte was dat hij niet kon sluipen. Bladeren en takken kraakten makkelijk onder zijn hoeven. Als botten de werden gebroken. Hij kon er van genieten maar na een tijd werd het irritant en werkte het op zijn zenuwen. Maar desondanks was hij wel in een goede bui vandaag. Hij voelde zich goed. Voor eens had hij geen honger naar bloed of naar de dood. Voor eens kon hij even rustig door het woud lopen. Zijn groot gespierd lichaam liep rustig door de bomen heen en zonder dat hij het echt besefte stapte hij recht op een slachtoffer af. Zijn zwarte ogen richtte zich op een kleine jonge merrie. Maar echt een mini paard. Hij kon de ogen van de merrie goed zien. Hij kon de blik in haar ogen moeilijk verwarren met dat van een ander. Maar in zijn donkere ogen was geen emotie te bekennen. Zijn blik gleed langzaam over het kleine lichaam van het paardje. Wat zou het makkelijk zijn haar te breken. Wat zou het makkelijk voor hem zijn om haar botten in stukken te slaan. Maar zijn blik gleed naar één van haar benen en hij kon zien dat ze vast zat. Vast met haar hoef. Dus ze kon geen kant meer op? Zat ze vast en raakte ze er niet meer uit? Hij zou nu kunnen omdraaien en weg gaan. Misschien binnen een paar dagen terug komen kijken hoe haar dode lichaam op de grond lag? Zonder dat hij het echt besefte kwam er een grijns op zijn gezicht bij de gedachte alleen al. Heel even gleed er een glans van plezier door zijn ogen. Maar in minder dan een seconde stonden ze weer emotie loos en was de grijns ook al verdwenen. Hij zou zo hard kunnen lachen bij dit aanzicht. Hij zou haar zo hard kunnen uitlachen. Het komische was dan nog dat ze zo klein was. Ze zag er zo hulpeloos uit. ”Op konijnen aan het jagen?” Er lag een amusante ondertoon in zijn zware donkere stem. Zijn blik gleed weer naar haar ogen. Hij kon zo zien dat dit paardje niet eentje was waar je makkelijk aan zou kunnen komen. Hij bleef staan waar hij stond op een mooie afstand. Misschien kon hij hier nog wel iets uit halen. Misschien kon hij zijn goede dag nog wel beter maken en hij zou er voor zorgen dat deze kleine merrie daar een rol in zou spelen. Hoe je het ook draaide of keerde, de merrie zat vast en nu hij hier was zou ze niet alleen vast zitten in het gat. Maar zou ze ook gaan vast zitten in zijn val. Een val die hij langzaam aan het leggen was.

Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum