Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

There's only ice inside her soul. [Sokka]

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

Celebrían

Celebrían
VIP

De zon stond hoog aan de hemel, al was deze niet goed waarneembaar door de vele wolken die het zicht bedorven. Sterk en ruw was de wind die bladeren scheidde van de takken waaraan zij hingen, evenals de rivier die woest haar weg vervolgde. Die hier en daar takken opslokte en verslond, of later juist weer uitspuwde. Modderig was het pad dat zij volgde, vies waren haar benen en voeten. Niets wees erop dat hier een zomer was geweest. Want de kleur van de lucht was grauw en grijs, alsof het geluk uit deze wereld werd weggezogen. Iets wat –tot haar grote spijt- niet zo het geval was. Met een zucht liet zij haar kop wat hangen, terwijl ze voelde hoe haar manen door de wind werden meegetrokken. Als vanzelf sloten haar ogen zich, waarna ze opging in haar herinneringen. Gebeurtenissen die jaren geleden hadden plaatsgevonden, speelden zich opnieuw af in haar hoofd. Alsof ze die opnieuw beleefde. Elke geur kon ze opnieuw ruiken, net zoals ze iedere kleur kon waarnemen en elke emotie opnieuw kon voelen. Euforie stroomde door haar aderen toen een van de Duistere wezens verslagen was, crepeerde van pijn en terugkroop in zijn schulp. De plaats waar hij hoorde. Het deerde haar niet dat dit creatuur onder bevel stond van haar vader en schepper. Het was een van zijn taken om haar te trainen, dat was iets wat ze heel erg goed wist. En toch kreeg hij het telkens weer voor elkaar om –althans, zo leek het- zonder reden aan te vallen, waardoor haar woede werd opgeroepen en zij kon vechten als een gelijke.
Al met al waren het niet de trainingen die haar gemaakt hadden tot wat zij was. Was het ook niet de Dood die haar geest had gecreëerd zodat ze op deze manier handelde. Het was de drang om te winnen, het verlangen naar bloed, dat haar vaak overheerste. Daarbij kwam ook haar stem, die wonder boven wonder niet door de Dood geschapen was, maar door haar moeder. Vergelijkbaar met haar, dat was ze. Het maakte niet uit op welke manier ze haar woorden vormde, door haar stembanden werden zij gesierd met zilver en een heldere klank, zodat deze melodieus en zacht uit haar keel kwamen en zo in de lucht bleven hangen. Op die manier had ze al vele dwazen misleid. Kon ze hen in haar val laten lopen zonder dat zij er zelf slechter vanaf kwam. De kans dat ze echte liefde zou tegenkomen, was erg klein. Nog kleiner dan de kans dat een grasspriet de wereld zou overheersen.
Met een grimmige glimlach opende ze haar ogen weer, haar neusvleugels trilden toen ze brieste en met haar tong likte ze eenmaal langs haar lippen om vervolgens haar blik op de omgeving te richten. De geuren van verschillende paarden waren haar niet ontgaan en ze was op haar hoede. Zij het dat haar houding luchtig was en met nonchalance was gevuld. De rivier was woest, bomen werden kaal. Maar toch aarzelde ze niet om van het wilde water te drinken.

Tadam.
Kale Brian en Sokka AWESOMENESS

Sokka

Sokka

Zwarte manen danste in de wind. Een valk kleurige hengst zat van top tot teen onder de modder en liep grijnzend rond. Met zijn oren naar voren, huppelde hij als een pasgeboren veulen rond, langs de rivier. Hij vergat bijna zijn voeten op te tillen toen er een steen verscheen. Lachend om zijn bijna gemaakte fout stapte hij er om heen. Het weer werkte niet bepaald mee om hem hier, op zijn eerste dag in Dream Horses, zich eens te wassen. Hij zuchtte. Oh, hij had vreselijke honger. Altijd, maar nu nog meer dan hij ooit had gehad. Zijn hersens maakte overuren om een geschikte plek te vinden om wat te eten. Hij draafde aan en kwam uit eindelijk na, 18 getelde passen, bij een boom terecht. Hij schudde zijn hoofd toen hij zag dat het ook nog een perfecte, volle, appelboom was. Hij grinnikte en stootte hard met zijn kont tegen de boom aan. 3 groene appels vielen uit de boom. En inderdaad, dacht Sokka, de appel valt niet ver van de boom! Met grote passen liep hij naar de eerste appel, die hij als een bezetene naar binnen werkte. Algauw volgde zijn tweede en derde, maar hij zat nog steets niet vol. Zuchtend liep hij terug naar de rivier. Een appeltje voor de dorst, was niet het juiste spreekwoord. ´´Eten, eten.. Ik ben gek op eten´´ zong zijn valse, krakende stem. ´´Eten, eten.. Ik wil heel graag wat eten´´ vervolgde hij. Dansend op het ritme liep hij verder, op naar de volgende appelboom. Maar in plaats van de geur van een zoete appel of een horde appelbomen, rook hij een sterke, vreemde geur. Het leek de geur van een paard. Een merrie, wel gezegt. Zijn hoofd sloeg ophol. Ohjee, een ander paard. Hij sprong opzij om zich te verstoppen achter een boom. Badend in het zweet keek hij als een spion naar het paard. Het, zij eigenlijk, had hem nog niet gezien. Hij zuchte. Gelukkig maar. Zijn hart klopte nog even hard als voor de schrik, maar hij kwam al wat meer tot bedaren. Rustig maar, rustig maar. Hij raapte al zijn moed bij elkaar, wat zeker net zo groot was als een lieveheersbeestje, een leiveheersbeestje? Waar! Straks eet hij me op! Neenee, hij moest vandaag stoer zijn. Dus hij raapte nogmaals zijn moed bij elkaar en kwam achter de boom vandaan. De moed zakte hem in de schoenen toen het leek alsof de merrie slecht was. Hopend dat hij het fout had, ging hij enkele meters van de merrie afstaan. Zo onopvallend mogelijk liep hij naar de rivier en nam een slok van het ijskoude water. Maar zoals hij al had kunnen weten, struikelde hij en viel vol op zijn gezicht, tegen de grond. Ohgod, wat moest hij nu doen? Snel stond hij weer op. Hoe noem je een kar waar de boeren zijn kolen in stopt? Aha, een kolenkit. Hij lachte even, wierp snel een blik op de merrie, en ging vervolgens weer door met proberen onopvallend te drinken. Hopend dat hij echt heel erg opvallend was, want van de blik van de merrie, gingen zijn haren al overeind staan. Oh wat was hij bang!

Celebrían

Celebrían
VIP

De vloeistof werd door haar mond opgezogen, gleed langs haar lippen, tong om uiteindelijk door haar keel te glibberen. Het spoelde haar tanden schoon, haalde stukjes voedsel overal tussenuit. Zorgde er voor dat haar slokdarm en maag ook gereinigd werden. Tevens zorgde het voor verfrissing. Terwijl ze op ging in het heerlijke water, met haar gedachten althans, sloot ze haar ogen en ging haar geest terug naar het land waar zij vandaan kwam. Een verlangen borrelde op in haar hart, het gevoel was vergelijkbaar met heimwee. Vergeleken met het leven dat zij altijd geleid had, was dit miserabel. Stelde het niets voor. Kon het inhoudloos genoemd worden. Een zucht ontsnapte uit haar mond, streek langs haar vacht naar beneden, liet het gras wuiven. Kil werd de blik in haar zwarte ogen. Ogen die doods voor zich uit keken. Met een blik konden doden. En toch altijd sprankelden. Hunkerend naar bloed. Verlangend naar moorden. Haar spieren waren gespannen, haar zintuigen stonden op scherp. Meedogenloos zou zij haar slag slaan. Zich niets aantrekkend van al het leed dat zij zou veroorzaken. Het interesseerde haar niet, raakte haar niet. Zou haar ook nooit kunnen deren. Helemaal gevoelloos was ze niet, maar hiervoor zette ze graag haar emoties uit. Stopte ze deze weg, alsof ze niet bestonden. Een masker was hetgeen dat zij voor haar gezicht hield.
Takken kwamen langs, leken te schreeuwen om hulp terwijl zij meegetrokken werden door het water. Het kabbelende beekje, in haar ogen, kon niet veel schade veroorzaken. En toch zorgde het voor veel onrust onder deze paardenmassa. Spot werd in haar ogen waarneembaar. Een heldere lach verliet haar keel en mond. De gedachte alleen al dat deze rivier paarden van het leven had beroofd, was waanzinwekkend. Haar hoef landde op de grond met enige kracht. Het gras onder haar werd geplet, een krakend geluid volgde. De kever, met zijn “sterke” schild, had het leven gelaten.
Hij maakte geluid, was lawaaierig. En daarbij ook zeer onvoorzichtig. Dom, dat was de eerste indruk die zij van hem kreeg. Geïrriteerd opende ze haar ogen een millimeter, volgde ze zijn bewegingen en luisterde ze naar wat hij zei of deed. Ze voelde de angst die over hem heen viel, voelde de spanning die hij in zijn lichaam had. De neiging om met haar ogen te rollen en gelijk op hem af te stormen, onderdrukte ze. Ze zou het dit maal subtiel aanpakken. Zoals ze in feite bijna altijd deed. Zo nu en dan was de bloeddorst te groot, kon ze zich niet meer beheersen en viel ze zonder waarschuwing aan. Opnieuw sloot ze haar ogen, zoog ze haar longen vol met lucht om vervolgens met een groene fonkeling in haar ogen te kunnen kijken. Mysterieus en verleidend was haar blik. Zilver en melodieus was haar stem. ’Wat doet een hengst als jij hier zo alleen? Waar is zij? Zij die alle liefde van jou ontvangt?’ sprak ze op zachte toon terwijl ze naar hem toe liep. Haar passen gelijk en zelfverzekerd, met een nonchalante aarzeling. Een glimlach speelde met haar lippen terwijl ze haar hoofd iets schuin hield. ’Vertel mij, wat is je naam, bruine schoonheid? Is het een naam die ieders hart laat smelten?’ Dit maal zou Celebrían met haar prooi spelen voordat ze hem verslond.


Het spijt me verschrikkelijk dat ik nu pas reageer.

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum