Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

A prisoner in my own game.

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1A prisoner in my own game. Empty A prisoner in my own game. wo 15 feb - 8:38

Aquilia

Aquilia

De merrie liep door de sneeuw. In haar rechter achterbeen zat een raar tikje, bij elke stap die ze zette. De diepe wond op haar been was dan nog steeds niet honderd procent geheeld. Een groot litteken krulde over haar onderbeen. Het ontsierde haar lichaam, maar het was een teken van moed. Een teken van moed dat ze zich met alle macht tegen Cobrazarao had verzet. En ze had niet verloren, en niet gewonnen. Iets wat prima in haar ogen kleurde. Ze was sterk in de minderheid, maar toch. Met haar geweldige brein had ze in een tiende van een seconde een idee bedacht. Ze wist zogenaamd niets meer van haar verleden. Maar ze wist dat best. Ze deed er alles aan om dat monster alsnog zijn land te veroveren. Haar land terug te pakken. Hij had nu land dat in principe eigendom van haar was. Hij had haar hele kudde uitgemoord, vol van trouwe krijgers. Ze waren dan ook in de minderheid, maar haar dappere leden zou ze nooit vergeten. Al had ze zo tientallen die wraak op haar wilde. Maar iets wat haar deed dagen. Viel zij nou hem eerst aan? Wat een groot dom risico had ze genomen. Maar ze had van dat gewonnen. Al was het zo weer heroverd. Dat was een beetje jammer. Maar dat deerde niet. Haar neus ging langs de sneeuw. Cobrazarao van kort weer in dit land geweest, even als zijn zoontje, en nog enkele andere leden van de kudde. Een kudde waar zij zich in had gemengd. Ook al had ze een iets afwijkend ras, ze zat er wel in. Een mengelmoesje van Arabier en Fries. Ze stapte flink door. Ze bleef in het noorden, waar de kudde zo ook zich bevond. Ze moest minder opvallen, maar even alleen zijn moest ze. Al wantrouwde Cobrazarao haar duidelijk. Ze werd behandeld als een stuk vod, door hem en die hoge rangen van hem. Maar ze bleef in haar rol, en zo onschuldig als het maar kon. Al als hij tegen haar blafte wilde ze hem het liefste aanvliegen. Al was het een watje hoogste klasse. Hij had altijd wel een stuk of twintig leden bij zich. Hij durfde nooit alleen een gevecht aan. Ze zwiepte met haar staart tegen haar flank. Ze liet alle lucht die in haar longen zat uit, en haalde vervolgens weer diep adem om rustig verder te ademen, en te lopen. Ze sloot haar ogen even. Ze moest even alleen zijn, en niet dat er altijd tientallen ogen op haar stonde gericht. Ze voelde zich opgesloten. Maar zij was dan ook degene die extra in de gaten moest worden gehouden. Al had ze een poging gedaan Cobrazarao te verraden, dat was mislukt. Ze kwam niet weg. Maar nu had ze enkel Cobra gevolgd. Ze was en bleef een ster in zich verstoppen. Ze had zich bijna een week voor Cobra en zijn enorme leger verstopt. Maar nu zat ze ertussen. Ontsnappen was bijna onmogelijk.
Haar hoofd veerde een paar keer heen en weer door de lucht. Nieuwe geuren waren in haar reukveld gekomen. Terwijl ze eigenlijk van plan was niemand tegen het lijf te lopen. Voorzichtig zette ze een hoef op het ijs, van het enorme meer naast zich. Dat kraakte vervaarlijk toen ze erop leunde. Snel haalde ze het weer weg. Ze had geen zin risico te nemen. Ze wilde niet nat zijn. Ze slikte eens. Die moest oprotten. Ze wilde niets of niemand zien. Ze liet haar hoofd zakken. Als Cobra ook maar een spatje onbekendheid op haar zou ruiken, dan was het weer... Ze was al zo vaak onder iets uitgekomen, en al te vaak gestraft. Ze was eigenlijk een gevangene in haar eigen spel. En ze had geen idee om hier uit te komen. Ze had zichzelf totaal in de knoop gelegd. Ze was dom bezig. En daarom, vreesde ze voor haar leven. Ze was niet op haar beste punten fysiek. En mentaal was ze ook in de war. Ze moest te vaak smoezen bedenken. Ze moest te veel nadenken om de kleinste dingetjes. Om elke handeling die ze deed moest ze nadenken, en tot de puntjes uitwerken. En dat vond ze vreselijk. Ze kon niet meer doen wat ze wilde. En haar volgende plan was loners opscharrelen voor een geheel nieuw leger. En in gevecht te gaan met de almachtige Cobrazorao. Een bijna onmogelijke strijd, gedoemd te verliezen.

{{ open }}



Laatst aangepast door Aquilia op zo 19 feb - 1:42; in totaal 1 keer bewerkt

Streya

Streya

Langzaam liep ze voort, die verdomde geur al de hele tijd in haar neus hangend. Haar hoofd was laag, en haar oren naar achteren gericht. Plots kwam er een merrie voor haar te staan. ''Streya.'' Bracht de zwarte merrie voor haar er zwak en zachtjes uit. Haar ogen stonden vol spijt en verdriet. ''Ik... Het spijt me...'' Bracht ze er daarna nogmaals zwak uit. In Streya haar schaduw merkte je dat ze langzaam uit de duisternis stapte, waardoor haar voorhand zichtbaar werd. Haar ogen stonden moordlustig. En haar moeder schrok van de littekens en de duisternis die zich met Streya samen gevormd had. Streya haar hoofd was dominant in de lucht geheven, evenals haar staart. Haar hoeven priemde zich in de sneeuw, net als de ogen van Streya zich in die van de zwarte merrie voor haar. In die van haar moeder. ''Te. Laat.'' Sprak Streya langzaam. ''Je had eerder kunnen bedenken dat je pijn zou krijgen van wat je me toen aangedaan had.'' Haar stem klonk vreselijk kil, iets wat haar moeder de haren overeind liet staan. ''Alsjeblieft.'' Sprak haar moeder, alsof ze wist wat Streya van plan was. Iets wat Streya maar al te goed wist. ''Je liet me stikken alsof ik een of ander nutteloos mormel was, maar nu zal ik je het tegendeel bewijzen, terwijl jij brandend vanuit hel zal toekijken.'' Luidden haar woorden. Toen schoot ze naar voren, haar moeder deed geen eens haar best om zich te verdedigen. Ze stond daar maar als verstijfd, terwijl Streya tegen haar aan mepte en haar uiteindelijk haar tanden in haar strot gooide. Niets maar dan ook niets hield haar nu nog tegen om haar moeder te vermoorden... De adem van haar moeder stokte, haar ogen waren wijd open gesperd. Streya hoorde aan de luide knal dat haar moeder neerviel. Ze bekeek haar minachtend. Haar moeder kreunde wat. ''Slaap wel.'' Sprak Streya met haar pure, melodieuze, kwaadaardige ruwe stemgeluid. Zonder enkele emotie wachtte ze af tot haar moeder een pijnlijke dood tegemoet ging. Tot ze eindelijk dood was. Geen enkel haar op het hoofd van Streya dacht eraan, haar moeder een eenvoudige dood zou geven. Langzaam zette Streya haar tanden op de buik van de moeder, en ritste deze open. Daarna deed ze hetzelfde bij haar hals en haar hoofd, tussen haar ogen tot haar neus. Het was natuurlijk veel leuker om dit te doen terwijl een dier nog leefde. Want nu hoorde Streya de pijn van een ander, rook ze de heerlijke geur van angst. Haar tanden klemden zich om het oor van de merrie. Met veel kracht rukte ze het eraf. En spuugde het naast haar uit. De merrie stootte een angstaanjagende hinnik uit, toen klapte haar ogen en mond dicht. Haar adem stokte, het was gedaan... Haar moeder was dood. Streya draaide haar zelf om, het bloed droop in kleine stroompjes haar mond uit. Waardoor ze er nog meer angstaanjagend uit zag.
Langzaam naderde ze een merrie, nog steeds drupte er wat bloed uit haar mond. Haar normaal zo glanzende benen waren bezeild met bloed. Ze stopte kalm voor de merrie. ''Wel wel.. Wie mag jij wezen?'' Sprak ze met haar normale stemgeluid. Haar ogen boorde zich in die van de merrie terwijl ze lichtelijk ongeduldig wachtte op een antwoord, of eventuele actie van de merrie.

3A prisoner in my own game. Empty Re: A prisoner in my own game. vr 17 feb - 23:43

Aquilia

Aquilia

Haar oren draaiden oplettend in het rond. Ze bleef staak, strekte haar voorbenen voor zich uit, en deed haar lichaamsgewicht naar achteren hellen. Vervolgens weer naar voren, en duwde toen haar achterbenen één voor één naar achteren om die ook te strekken. Haar lippen smakten even, waarna haar roze tong ertussen uit gleed, en haar lippen aflikte. En in haar rechter achterbeen, die verminkt naar achteren werd gezwierd, het grote litteken erin pronkte. Zette ze als laatste neer. Bij elke stap was het een beetje een raar knikte met dat been, alsof ze een beetje kreupel liep. Haar enkels van haar achterste benen kraakten een paar keer bij enkele stappen, waarna je alleen het kraken van de sneeuw hoorde. Het was niet meer zo'n dikke laag. Lente zou eraan komen. Thank god, voor dat. Serieus, winter was vies, koud, nat. Allemaal dingen wat ze haatte. Maar ach, wie haatte dat niet. Ze hield er niet van dat ze eruitzag als een verminkte teddybeer die door de papierversnipperaar was geweest. Ze bleef naar enkele passen weer staan. Hoe laat was het? Haar hoofd draaide zich richting de zon. Blabla. Voor donker moest ze weer terug zijn bij de kudde. Man ze voelde zich net een klein kind. Maar dat duurde nog wel een paar uur. Ze had nu ieder geval niet een paar ogen die haar stiekem haar achtervolgden. Zoals gewoonlijk. Ja, het was inderdaad gewoonlijk dat ze achterna werd gezeten. Maar ze was hem stiekem eruit gevlucht. Ze zwiepte haar staart tegen haar flank.
Van haar perfecte lichaam was amper iets overgebleven. Haar verende elegante passen waren weg. Ze kon zo snel en geruisloos over het land zweven. Maar alles was veranderd door die verschrikkelijke Cobra. Haar zelfbeeld was verminderd naar dat van een ei. Waarom was zij de pineut. Al kon ze net zo goed door geweest zijn, ze was de enige van haar kudde die het had overleeft. Misschien nog een paar mietjes die er tussenuit waren gekropen. Maar die hoefde ze dan ook niet meer te zien. Watjes werden niet getolereerd. Al was haar kudde, foetsie, weg.. Al moest ze een nieuwe start maken. Een nieuwe naam. Hmz, dat kon ze nu wel doen. Brainstormen over een nieuwe naam...
Een nieuw paard kwam in zicht. Haar oren draaiden zich naar achteren. Haar staart zwiepte een paar keer heen en weer. Haar ogen vielen op een zwarte merrie. Pas op moordtocht geweest zo te zien. In haar ogen ontstond een twinkeling. ''Wel wel.. Wie mag jij wezen?'' vroeg de merrie toen heel gepast. De merrie was zwaarder gebouwd, zijzelf was kleiner. Maar zij was natuurlijk mooier, of course. Met haar Arabische bloed was zij de mooie hier. ‘Hee lieverd,’ begon ze toen mee. Ze zette een paar passen dichterbij bij de merrie. Haar neus rook aan het bloed dat op haar borst drupte. Haar oren draaiden zich geïnteresseerd naar voren. ‘Nou nou..’ mompelde ze daarna. Haar tong kwam uit haar mond zwabberen en likte een beetje bloed van haar borst af. De smaak tintelde haar smaakpapillen. Nogmaals ging haar tong over de harige vacht van de merrie. ‘Nomnomnom..’ mompelde ze toen. Ze zette weer een pas achteruit en keek de merrie aan. ‘Hee lieverd, zou jij een geheim kunnen bewaren?’ vroeg de merrie toen. Uhm, verkeerd gevraagd. ‘Nee nee, ik bedoel. Zou jij mij een dienst kunnen zijn?’ vroeg de merrie toen. Haar ogen twinkelden kwaadaardig. Deze merrie zou misschien van pas kunnen komen.

4A prisoner in my own game. Empty Re: A prisoner in my own game. za 18 feb - 23:09

Streya

Streya

De bruin/zwarte merrie voor haar was kleiner gebouwd. Streya zelf was half fries, en half Andalusiër wat haar stevig gebouwd maakte. Haar manen golfde altijd in sierlijke bewegingen langs haar hals, haar ogen hadden een prachtige maar sinistere gloed. Haar ogen waarmee ze de ogen van een ieder altijd stevig vast hield. Waarmee ze de kleinste bewegingen zag. Haar borstkas ging kalm op en neer. Ze had kleine sokjes, en haar staart was fier en trots een klein beetje de lucht in geheven. Iets wat paste bij haar soort. Je kon haar best wel sierlijk noemen. Maar desondanks was ze stevig gebouwd en had ze vele spieren. Al aardig snel na dat Streya haar vraag had gesteld sprak de merrie. Streya trok haar wenkbrauw eventjes op. Merkte hoe de merrie naar voren stapte en aan het bloed op haar borstkas rook. Streya ontblootte haar tanden en toen de tong van de merrie uit haar mond zwabberde om het bloed op te likken, schoot er een mijn bloed (xD) door Streya haar gedachte heen. Ze ontblootte haar tanden, drukte haar oren plat tegen haar schedel, en greep naar de voorpluk van de merrie. Waarna ze er aan trok, die weer los liet, en naar de merrie mepte met haar voorbeen. Daarna ontspande ze haar spieren weer. Maar ze hield de merrie nog steeds strak in de gaten. Haar ogen boorde zich in die van de merrie. In de hoop erin te vallen, en een bezoekje te brengen aan de ziel van deze vreemde merrie. Streya luisterde ongeduldig naar de woorden van de merrie. Dus… Als ze het heel erg goed begreep, was deze merrie, een of andere imbeciel die eerst aan het bloed op haar borst probeerde te likken, om haar vervolgens om een gunst te vragen? En natuurlijk, dat moest er ook bij. De merrie noemde haar lieverd GEWELDIG. NOT… ’’Spreek.’’ Beval ze de achterlijke merrie. Maar meteen voordat de merrie kon spreken zei ze nog wat. ’’Eerst je naam.’’ Haar stem klonk luid, bevelend, en bovendien ook moordlustig. Ze zou nog wel eens zien wat de merrie voor haar te doen had. Maar goed, dat de merrie haar gunst mocht zeggen betekende niet meteen dat Streya het ook ging doen.

Aquilia

Aquilia

De ogen van de merrie speurden het lichaam van de merrie voor zich af. Pikzwart, als de nacht. En het voorspelbare was, dat ze slecht was. Boven haar ogen ontstond een frons. Waarom was bijna elk slecht paard zwárt. Je zag bijna altijd dat een slecht paard zwart was. Het was logisch dat ze zwart was, dat kwam door haar ras. Bijna elke Arabo-Fries was zwart of bruin. Ze zat ertussenin, maar groot in deels van haar vacht kleur zwart. Friezen waren altijd zwart, en ook Friezen waren een zeer geliefd ras aan de slechte zijde. Je zag niet een vrolijk shetlandertje aan de slechte kant rondhuppelen. Meestal Friezen, of andere zwaar gebouwde paarden. Zij was weer het slanke, elegante beestje aan die kant. Haar staart zwiepte tegen haar flank. Haar hoofd kantelde zich, en bestudeerde de merrie verder, alsof het een voorwerp was die van pas zou kunnen komen.
De merrie was niet welgesteld toen zij de drang naar het bloed niet meer kon verdragen. De laatste keer dat ze bloed had geproefd, was haar eigen. Ze moest haar eigen wond schoonhouden, die na haar "ongelukje" regelmatig weer opengebarsten was. Maar nu zag je een grijs litteken over haar achterbeen gaan, al was het rondom het litteken nog opgezet. Het duurde nog wel even voordat ze weer normaal rond kon wandelen. Toen ze ook maar rook was de blik van de merrie redelijk verbaasd. En toen ze eraan likte keek ze duivels, en waren haar tanden zichtbaar. Dat negeerde ze klakkeloos en likte nogmaals over haar borstkas. De merrie greep haar voorpluk. Ze rolde haar ogen onschuldig omhoog. Ze stak haar roze tong uit. Enkele zwarte haartjes zaten erop. Ze keek weer naar het karmozijnrode bloed, en likte nogmaals. Ze maakte een kreunend geluidje, wat duidelijk maakte dat ze hiervan genoot. De merrie haar voorbeen kwam toen tegen haar lichaam aan. Haar oren, die onbewust naar voren waren gaan staan, schoten weer naar achteren. ‘Noujá zeg,’ mompelde ze. Mocht ze niet eens likken aan iemand. Ze keek op, en keek de merrie beledigd aan. Wist ze wel dat ze van adel was? Tjessis. De merrie bleef haar aankijken, in haar ogen. Ze keek zwaar arrogant terug. Ze vond de merrie voor haar maar een raar geval. Al was zij ook kierewiet aan het worden. Gevangen zitten in een vijandige kudde, waar ze nog steeds bij speelde dat ze niet meer wist van haar vorige leven. Ze kon zich nu, hier, op dit moment even uitleven. ’’Spreek.’’ beval de merrie haar. Nu was het het toppunt. Zij, wilde dat zij luisterde. Ze grinnikte en keek de merrie aan. Ze opende haar mond om iets te zeggen. ‘Ik-,’ begon ze mee. Maar ze kreeg niet eens de kans haar zin af te maken. ’’Eerst je naam.’’ zei die merrie toen. Ze keek toen van. Dus.... (Zoals Elisabeth keek toen ze het medaillon wilde laten vallen en die piraten allemaal naar haar rende, wat bleek dat het wel belangrijk was, in The Curse of the Black Pearl :a) Ze zette een pasje achteruit. Ze stonden wel heel close nog. Ze kantelde haar hoofd en trok toen een pruillipje. ‘Dus jij weet niet wie ik ben?’ vroeg ze toen heel quasi-sip. Ze keek toen weer uiterst serieus, op haar eigen manier. ‘Ach, ik heb een poging gewaagd op het onmogelijke, en het was mij gelukt. Voor een week ofzo, maar dat doet er niet toe,’ zei ze trots op zichzelf, maar dat laatste zinnetje voegde ze er snel en bijna onverstaanbaar achteraan. Toen vervolgde ze haar preek. ‘Ik, waar jij bevelen aan geeft had eens een machtig leger,’ ging ze verder. Ze zag haar troepen weer voor zich. ‘Ik ben van edele afkomst. En ben niet een vuilnisbakje zoals jij,’ ging ze verder. ‘Aquilia,’ antwoordde ze toen de vraag van de merrie. Ze keek de merrie toen weer arrogant aan, en zwiepte eens met haar staart. Toen stapte ze langs de merrie, haar been ging met een raar tikje mee. ‘Maar, laten we het weer hebben over waarmee jij mij kunt helpen,’ zei ze toen. Ze bleef staan, en keek even achterom naar de merrie. Ze stond nu naast haar, met het hoofd de andere kant op. Ze stapte toen verder. ‘Ken jij misschien die Cobrazarao, en zijn arrogante zoontje Zephyr, die denkt dat hij geweldig is?’ vroeg ze toen aan de merrie. Ze stapte achter haar langs. Dit keer bleef ze doorwandelen. Haar been maakte eens een rare zwier. Ze stond toen weer naast de merrie. Ze draaide haar achterhand, met haar voorbenen bleef ze bijna op dezelfde plek staan. ‘Jij lijkt me wel iemand die me kan helpen, om die twee, en hun groepje ongeregeld, uit te schakelen,’ zei ze toen, de laatste zin zacht, omlettend of niemand meeluisterde. In haar ogen kwam een kwaadaardige glinstering.

6A prisoner in my own game. Empty Re: A prisoner in my own game. di 21 feb - 22:52

Streya

Streya

Ze snoof, ongeduldig wachtte ze op een reactie van de merrie. Maar aangezien ze nog steeds bleef likken, spoten de ogen van Streya nu vuur. Ze brieste en stampte met haar hoef op de grond. Waarna ze haar tanden eventjes ontbloot had, greep ze de neus van de merrie en gaf er een ruk aan. Ze maalde met haar been, in de hoop de merrie een paar enkele raken klappen uit te delen. Angst voor angst was misschien haar angst. (Die zin loopt niet echt lekker.) Angst voor de dood had ze niet, voor haar was de dood als een nieuw begin, een nieuw avontuur. Maar angst voor de wezens van de dood kende ze zeker. Angst en respect voor de wezens uit de dood. De wezens als De duivel. En noem maar op. Jazeker, nu kende ze een lichtelijk angst voor de dood. Maar dat had ieder paard. Toch? Argh.. Verstoord keek ze op uit haar gedachtes toen de merrie weer begon te kwekken. Streya rolde met haar ogen, zij ook. Weer sprak de merrie. Streya brieste dit maal eens. Boeien. ’’Streya.’’ Sprak ze kalm. Streya haar ogen boorde zich weer in die van de merrie. Ondanks dat haar tekst zo grappig was, en zo onmogelijk. Streya bewoog niet, van binnen lach ze dan wel compleet dubbel. Maar van buiten was ze nog steeds net zo als ze eerst was. Ze bewoog niet, enkel haar borstkas bewoog, en haar ogen knipperde. Terwijl haar manen en staart tot leven waren gebracht door de wind. Toen de merrie eindelijk klaar was met spreken. Bleef Streya haar aan staren. Vijf minuten lang was het stil. Terwijl Streya geen enkel spiertje bewoog. Die merrie had overduidelijk. Mission Impossible, (geen flauw idee of dit goed is gespeld) bedacht. Streya bleef haar maar aan staren. Toen ging haar mond open. Maar met een klap viel die weer dicht. Streya was niet iemand die iets gauw onmogelijk vond. Maar dit was dan ook wel een van die dwaze dingen die ze onmogelijk vond. ’’Missie onmogelijk.’’ Sprak ze ironisch. Eindelijk was haar binnenste een beetje tot rust gekomen, na die vreselijke lach bui van haar. Ze wachtte en wachtte op een reactie van de merrie. Of een actie.

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum