Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Deamon, do you understand him? Do he understand his self?

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

Deamon

Deamon

Deamon was alweer een tijdje op dreamhorses, en voelde zich al lekker thuis in deze koude en kale omgeving op dit moment, want dat was. Het was koud, kaal en wit. Een witte deken rusten over de aarde en moeder natuur had plaatsgemaakt voor koning winter. Ook al voelde je nu zo onderhand als de wind weg was en de zon scheen een tikkeltje voorjaarswarmte. De dagen worden weer langer en klein beetje bij klein beetje kwam voorzichtig het voorjaar. Maar op dit moment was het voorjaar nog ver te zoeken. Deamon was een grote imposante zwarte hengst. Overal had hij zwaar behang zitten. Zijn manen waren lang en dik met hier en daar slag in de haren. Zijn staart precies het zelfde. En bij zijn hoeven hingen ook zware dikke haren wat een soort loshangend gordijn voor zijn hoeven was. Op dit moment waren het meer houten klompen. De sneeuwkluiten bleven er aanhangen en maakten zijn benen zwaar. Maar deamon deerde het niks en denderde verder in de diepe sneeuw. De ijzige koude wind sneed door zijn dikke wintervacht heen. Maar de wind kreeg in geen mogelijkheid zijn manen omhoog. Normaal zouden de manen in de wind dansen maar alleen de puntjes bewogen mee. Deamon was gewoon een sterk gebouwd paard. Kwam misschien arrogant over maar dat was het niet. Het was gewoon de waarheid.

Deamon zat al een aantal dagen te piekeren over zijn tweede persoonlijkheid. Wat moest hij er mee? Het was erg handig. Vooral als je lastige dieren tegenkwam. Maar deamon kon het aardig onderbedwang houden. Maar voor hoelang? Deamon was een slecht paard. Zijn duivelse karakter had hem soms in zijn jeugd veel problemen opgeleverd. Maar nu hij hier is, ziet hij dat er meer zijn. En dan voelt het niet meer zo bijzonder. Maar niemand met een duivelse tweede persoonlijkheid. Wie zou hem daar meer duidelijkheid op kunnen geven?  Deamon besefte dat het toch niets aan te doen was. Het was nou eenmaal een deel van zijn leven en zal het ook altijd blijven. Zijn gedachtes gingen over en over. En elke keer kwam hij bij het zelfde uit.

Deamon liep over een openvlakte. Met alleen maar ijs. Elke stap die hij op het bevroren meer zette kraakte, piepte en scheurde licherlijk. Niet doorscheuren, maar haarscheurtjes. Wel onschuldige haarscheurtjes. Maar ze zaten er. Deamon zijn grote lompe hoeven denderde zo over het ijs heen. Het was wel glibberig maar goed, voorzichtig lopen hield ook al wat. Deamon had trek gekregen en zocht naar voedsel. Zijn ogen speurde de horizon af. En hij zag een lichaam. Een paardenlichaam. Hij drukte zijn ogen tot spleetjes en hij zag een groepje paarden staan. Deamon snoof eventjes en kon niet anders dan er langs lopen. Met dat hij langs de groep liep voelde hij allemaal ogen op zijn lichaam branden. Deamon drukte alleen zijn oren in zijn dikke bos met manen en keek de paarden op een duivelse manier aan. Zijn bovenlip trok hij dreigend op. Maar meer deed hij niet en liet de paarden voor hoe ze zijn. Deamon lokte geen ruzie uit. Niet altijd iedergeval. Hij liep een stukje ijs af en kwam bij een kaal bos aan. Hier zag hij zijn kans om even zijn buik vol te eten. Hij liep naar een boom, en zette zijn grote sterke snijtanden in het schors. De boom leek wel zijn schors vast te houden. Deamon keek omzich heen en steigerde. Zijn voorbenen kwamen omhoog en met zijn grote lompe hoeven schaafde hij de boom, en ondeed deamon de boom van een paar stukken schors. " dat zal je leren, voor mij je eten bij je houden, rot boom " mompelde hij inzich zelf en keek een beetje geirriteerd naar de boom. En begon tevreden aan zijn stukje schors eten. Het voedsel in het grote gebied was schaars. Maar weer had deamon het voorelkaar een maaltje te eten. En iedereen die hem aan stond te gapen, te schooieren of zijn eten wou afpakken zal hij ze een lesje leren. Maar gelukkig was hij alleen , en rustig at hij zijn verdiende eten op.

Nevaeh

Nevaeh

De sikkelvormige maan, die aan de hemel prijkte en haar blauwige stralen uitwierp gaf haar net genoeg helder schijnsel om haar pad te verlichten. Het was een koude nacht, een van zovelen deze winter. Duizenden sterren waren over de donkerblauwe hemel uitgestrooid. Een ijskoude wind streek over haar dampende vacht, woelde door haar klitterige manenbos. De meren waren bevroren, de wereld was bedolven onder een witte laag poedersneeuw. Meestal bevond ze zich hier niet. Dit was niet de plek waar ze graag vertoefde, mede dankzij de onberekenbare meren. Ookal bleef het meer dan een week vriezen, sommige plekken op het meer leken nooit dicht te vriezen. Haar warme adem ontsnapte raspend over haar koude lippen en dreef naar boven in de vorm van twee witte dampwolkjes. Voor het inmense meer bleef ze even staan. Uiteindelijk begon ze te draven. Sneeuw bleef aan haar hoeven en behang hangen, waardoor ze nog koude onderbenen kreeg ook. Mopperend bracht de zwarte merrie zichzelf voort over het ijsmeer. De wind sneed in haar gezicht. In de verte waren de schaduwen van bomen te zien. Ze zette koers naar de spookachtige bomen, die in de verte goed te zien waren. Bij elke windvlaag trok er een rilling over haar ruggegraat. De bomen kwamen steeds dichterbij, en een paar geuren vermengden zich met elkaar in haar neusgaten. Ze snoof. Haar mond, die altijd een chagrijnige trek had begon nog meer naar beneden te zakken. Ze kneep haar smaragdgroene ogen samen en tuurde in de verte, zich proberend te vestigen op een paardenlichaam wad haar idde had afgepakt. Of haar maal nu aan het opeten was. De speciale dennen die in het bos groeiden hadden schors die op een of andere manier smakelijker was dan de andere bomen. Er was weinig voedsel in de winter, vandaar dat de paarden in DH moesten improviseren. Uiteindelijk nam één van de schimmen, die een andere vorm had dan die van de bomen, een vast vorm aan. Een Friese hengst at nét een stuk schors op. Mopperend sjokte ze naar het beest toe. Ze liet haar ogen even over zijn lichaam heen glijden, iets wat ze altijd deed. "Wel wel, ik had niet gedacht nóg een leegbrein tegen te komen in deze wereld" Haar stem was, in tegenstelling tot andere paarden, volkomen normaal. Haar wenkbrauwen gleden lichtjes naar boven, eens kijken wat haar nieuwe gesprekspartner te vertellen had.

Deamon

Deamon

Deamon was druk bezig met zijn maaktijd naar binnen aan het werken. Ja je weet nooit. Tegenwoordig met die roofdieren was het noodzakelijk zo snel mogelijk je voedsel opeten, zodat als er gevaar dreigt je direct kunt handelen en niet nog eens aan je eten beginnen. Deamon kauwde geirriteerd op het droge stukje schors. Ja ook deamon had liever iets anders te eten dan dit, maar er was gewoon niet anders en hij moest het er maar mee doen. Even rustig met zijn ogen gesloten deed hij even daarna een soort van dutje. Het leven is soms zwaar, en vooral als er veel veranderingen in je lichaam bevind, het kost veel energie. 

Oppeens voelde deamon aan de grond dat er iets aankwam lopen. Het was te zwaar voor een wolf. Een konijn had een ander ritme. En een bergleeuw zal meer slepen met zijn poten. Dus moest het een paard wezen. Deamon had alleen deze hoeven nog nooit gehoord, dus ging hij er van uit dat het voor hem een vreemde was. Toen hij in de verte al haar ademhaling hoorde en haar geur ruikte drukte deamon even zijn oren in zijn nek, waarna hij al weer snel de boel ontspande. Er kwam een zwarte zwaargebouwde merrie aan lopen. Deamon drukte zijn ogen tot spleetjes en liet zijn hals zakken zodat hij het nog beter kon zien. En uiteraard kwam deze merrie naar deamon gelopen. Deamon deed zijn hals weer omhoog en schudde even zijn hoofd. Zijn manen vielen over een oog heen, het andere oog was goed te zien. Ze hadden een wat norsere uitstraling. Maar deamon wachtte af.

Toen de zwarte merrie begon te praten keek deamon haar met een duivelse blik aan. Zijn oren stonden gewoon naar voren, zijn houding was niks dreigend of gemeen, alleen zijn ogen stonden koud en kill naar haar te kijken. Hij zag hoe de merrie zijn lichaam bekeek en liet het maar even toe. Deamon deed het zelfde bij haar en nam haar op in zijn brein. Die veel onthield.  De woorden van de merrie klonken niet veel belovend. En deamon keek haar vals aan. " wat een verrassing dat je er toch een tegen komt " mompelde deamon naar de merrie, terwijl hij zijn ogen gericht hield op die van haar. Ze verlieten de ogen geen moment, geen seconde uit het versier. 
" maar wat raar dan? Als je eens goed naar je zelf luisterd, weet je dat je al je hele leven met een leegbrein èèn bent " sprak deamon wat luider en draaide zijn hoofd haar kant op. Er was geen emotie van zijn gelaat af te lezen. Deamon snoof eventjes terwijl hij zijn laatste hap schors nam en doorslikte. 

Nevaeh

Nevaeh

De wind liet haar klitterige voorlok opwaaien. In haar smaragdgroene ogen was een glans te zien. Adem verdween uit haar opensgesperde neusgaten. Damp sloeg van haar vacht af, ookal was ze niet bezweet. Het was gewoon ijskoud. Ze moest er niet aan denken nu door het ijs te zakken. Elk dier, hoe sterk het ook was, zou een minuut in het ijskoude water niet overleven. De hengst was duidelijk niet blij met haar woorden, iets waarvan zij alleen maar plezier had. Geniepig schoten haar mondhoeken omhoog. Haar fijn gevormde oorschelpen staken vooruit. Weg met dat onoriginele 'ik moet mijn oren in mijn schedel boren' gedoe. Bij haar linker mondhoek zat wat geronnen bloed. Of het was van haarzelf óf het was van een ander- alleen zij zou dat weten. "Précies mijn gedachten" Antwoordde ze smpel op het gemompel van de hengst. Ze schudde even haar donkergekleurde hoofd, waardoor haar voorlok in haar oog terecht kwam. Snuivend schudde ze haar hoofd nogmaals. "Niet goed geluisterd hengst. Ik zei nóg een leegbrein- hierbij noem ik mezelf ook" Leegbrein betekende niks meer dan dat je niks aan je hoofd had. Sommigen dachten er te veel overna. Ze keek toe hoe de hengst zijn laatste stuk schors verorberde. Mh, haar maag vroeg erom gevuld te worden. "Moet je niet meedoen met de oorlog?" Ze vroeg haar woorden met haar hoofd een tikkeltje schuin. Haar lichaam was ontspannen. Haar spieren deden pijn van het lopen over het ijs. Lopen over ijs vroeg veel meer inspanning. Het was glibberig en glad, je kon makkelijk uitlgijden. Maar nu ze stilstond viel het behoorlijk mee. Zuchtend wierp ze een blik op de sikkelvormige maan. Ze had niks met mooie landschappen of mooi weer. Ze was er niet vatbaar voor.

Deamon

Deamon

Deamon richtte zijn blik o de zwarte merrie. Over dat leegbrein geval maakte hij geen woorden meer aan vuil. Het intreseerde hem trouwens ook niks wat andere van hem dachte. Toen de merrie deamon verbeterde trok hij zijn schouders op! " oh, het zal wel dan " sprak hij er alleen uit en keek haar verveeld aan op dat moment. Deamon zag in haar mondhoek een drupje bloed zitten. Wat hebben al die merries toch op dreamhorses? Allemaal bloed. Of op de vacht, of in de manen en deze in haar mondhoeken. Ze moesten leren doden, en het netjes achter te laten, hun zelf er uitlaten zien alsof er niets gebeurd was. En niet er mee op de show lopen. Maar misschien had deze merrie het ergens anders van. Deze leek deamon namelijk slimmer dan de rest. " heb je op je lip gebeten? " vroeg hij toen met een donkere en rauwe stem en wees met zijn zwarte neus naar haar mondhoek. Deamon snoof eventjes. En keek ook even naar de halve maan. De sterren die twinkelde. Deamon zag liever de zon. Volgens hem een uitvinding van de duivel hem zelf. Het was een bol vol vuur. En had geen genade met het leven op aarde. Het verschroeide zomers alles, en nam ook zeker de levens mee.

Maar goed, deamon richtte zich weer op de merrie voor hem die hem vroeg of hij mee moest doen met de oorlog. Het was een moeilijke vraag. Deamon zat net bij de kudde, maar was van plan zeker even een kijkje te nemen. Als Deina die Mischa al niet fijn had getrapt als een miezerig miertje. " ik ben net aangenomen in de kudde van Deina, maar ik ben zeker wel van plan er even een kijkje te nemen " sprak deamon toen. Hij liet er niet te veel van los maar dat hoefde volgens hem ook niet. " en wat is jou naam ? " vroeg deamon toen om de stilte te verbreken die er even tussenviel. Hij vond het altijd wel fijn een naam te hebben, met degene waarmee hij stond te praten. Hij wachtte rustig en kalm af. Zijn kille ijzige ogen boorde in die van de merrie.

Nevaeh

Nevaeh

De merrie volgde met haar ogen alle bewegingen die de hengst maakte. Het was een gewoonte, een tic geworden om dat te doen. Alles zoog ze in zich op, als informatie voor later. Een rilling liep over haar rug toen een windvlaag door haar vacht woelde. Verdomme, ze moest zich echt wat beter voorbereiden op de winter. Meer eten, zodat ze een dikkere wintervacht kreeg. Ze volgde de blik van de hensgt die naar de sterren richtte. De maan was een speciaal hemellichaam, maar ze hield meer van warmte. Een lekker zonnetje op je vacht was nooit verkeerd. Ze luisterde oprecht geïntreseerd naar de woorden van de hengst. Aha, hij zat dus net bij de Horcrux. De inmense kudde onder leiding van Deina. Ze had Deina nog nooit ontmoet, maar stiekem had ze een voorhekel aan de merrie. Ze had tenslotte destijds haar partner afgepakt... Agh, dat was verleden tijd. Ze schudde haar hoofd om haar gedachtes te verdrijven. Als ze ergens een hekel aan had dan waren her wel vooroordelen. Ze was benieuwd naar de valkyrie, wat die ging doen. " Aha. De qs is met zo weinig paarden, ik weet zeker dat de horcrux zege zal vieren" Bij haar woorden keek ze naar het ijs voor haar. "Het duurt niet lang meer voordat de slechte paarden Alle lakens uitdelen hier. Een goede tijd komt ons tegemoet, geloof me" Elke keer was het net niet gelukt, de slechte paarden hadden altijd wel de overhand gehad maar het was nooit doorslaggevend geweest. Misschien kon Deina daar verandering in brengen. Ze zouden het zien... Ze werd opgeschrikt door de woorden van de hengst. Als in een reflex haalde ze haar ruwe tong langs haar mondhoek."De winter hea. Dan heb ik altijd last van droge lippen" Nee, zij was niet zo'n paard die altijd als een kannibaal te werk ging. Soms ging er wel eens een konijn in, of een kikker. Andere paarden echter nooit. Het was niet zo dat ze nog nooit een paard had verscheurd, maar ze begreep niet dat sommigen het bloed van anderen lekker vonden.... "Nevaeh is mijn naam. En de jouwe?" Weer hield ze haar hoofd een tikkeltje schuin. Haar blik viel op een groepje bomen achter de hengst. Onmiddelijk begon haar maag te knorren. Ze klemde haar kiezen op elkaar.

Deamon

Deamon

Deamon luisterde naar wat de merrie over de slechte paarden te zeggen had, hij knikte toestemmend. " je hebt gelijk, de kudde van Deina is heel groot, en ik vind het een eer om samen aan hun zijde groot te houden " sprak deamon toen trots uit met een kille stem. Toen er een koude snijdende wind optrad zag hij hoe de merrie een beetje verkleunde. Deamon greens even terwijl hij even bleef toekijken. " heb je het koud? Waar zijn je reserves? " vroeg deamon toen. Hij snapte het niet. De winter laat al ver van te voren weten dat hij er aankomt. Door de bomen van hun bladeren te ontdoen, en alle plantaardige organismes te laten dood gaan en klaar maken voor de winter. Een teken dat je al moet voorbereiden, en deze merrie is er al doorheen. Deamon schudde even zijn hoofd en keek de merrie even met een optrekkende wenkbrauw aan. 

De woorden van de merrie gaven haar naam door. " aangenaam, mijn naam luid deamon " sprak hij toen en keek in haar ogen. Terwijl haar ogen langs hem heen keek naar het bos waar deamon net vandaan kwam. Deamon keek weer terug naar de merrie en hoorde een geknor. Deamon stond paf. Hij keek de merrie in haar ogen aan. " honger? " vroeg hij toen op een plagerige manier. Deamon had helemaal geen honger meer, hij had net zijn maaltje achter de kiezen. Deamon zag de ogen van de merrie, ze waren ondanks alles een beetje levenloos. Puur door de honger. " de winter stelt ons allemaal wel op de proef vind je niet? " vroeg deamon toen en keek de merrie aan. Zijn norse blik werd minder. Hij wachtte even af op wat de merrie hier op zei. 

Nevaeh

Nevaeh

Ze schoof met haar linkerachterhoef wat sneeuw weg. Het koude goedje bleef aan haar sokken hangen, en door de temperatuur die constant onder de nul graden was bevroor het ook nog eens. Het resultaat was een klitterige, koude bende om haar hoeven. Ze glimlachte waterig toen de hengst over zijn kudde sprak, zijn stem met trots doordrenkt. Destijds moest ze óf voor de valkyrie óf voor de horcrux kiezen. Ze had de goede keuze gemaakt, ze vermaakte zich prima bij de andere Valkers. Bovendien had ze het gevoel dat Fawn niet iedereen klakkeloos aannam, iets wat Deina heel anders leek, als ze wel eens hoorde wat voor debielen in de Horcrux zaten. De hengst had duidelijk in de gaten dat ze het koud had." Weeh, je hebt me door. Ik heb me simpelweg niet goed genoeg voorbereid op de winter. De winter begon dit jaar pas laat, weetje. Mijn vacht is zo dun als die van een muis" verzuchtte ze. Ze hield er niet van om een fout van haar kant toe te geven. Ze was veel te trots om toe te geven. Ze sloeg haar klitterige staart tegen haar achterhand. Adem verliet raspend haar neusgaten. Ze maakte even oogcontact met de hengst, die zich als Deamon had voorgesteld. Ze liet de naam een paar keer door haar hoofd gaan, sprak hem in zichzelf uit. Deamon, demoon.... Mh, niet verkeerd. Door de plagende stem verscheen er een zeldzaam glimlachje rond haar ruwe lippen. Echter verdween deze als sneeuw voor de zon. " Je vind het vast niet erg als ik wat eet hea?" Zonder antwoord van de friese hengst af te wachten liep ze behoorlijk lichtvoetig voor haar doen naar het groepje bomen. Ze begon met haar sterke kaken schors van de boom te rukken en op te kauwen. Het was niet veel, maar het was toch wat."Zeg, ben jij nieuw hier in dh?" vroeg ze van een afstandje terwijl ze van haar karige maal genoot.

Deamon

Deamon

Deamon zag dat neveah duidelijk niet met de trots van deamon eens was. Zij had tenslotte gekozen voor een andere kudde. En dat kan iedereen zijn eigen keuze's. Deamon keek hoe ze tijdens het antwoorden van zijn vraag naar de bomen liep en begon te knagen als een hamster aan de boom. Deamon rolde even arogant met zijn ogen en draaide zich weer om. En stond dus gewoon met zijn achterhand naar de merrie toe. Neveah sprak nu tegen zijn staart, en een luide zucht verliet zijn keel. Waarna hij toch maar even omkeek. " zo onderhand niet meer eigenlijk " sprak deamon op een kille manier. Hij was nu toch al een tijdje hier in dream horses. Het beviel hem hier prima. Gewoon heerlijk je zelf wezen, zonder dat je opvalt.

Weer opnieuw kwam er een koude wind opzetten. Deamon draaide zich om en met dat hij dat deed voelde hij hier en daar een sneeuwvlokje op zijn zwarte vacht vallen. Deamon snoof geirriteerd. Hij keek omhoog naar de maan, die verdwenen was. Er hing een grote sneeuwbui boven hun hoofd,waarna het ook nog eens flink waaide. Voor deamon teveel van het goeie en liep richting de merrie. Toen hij pal naast haar stond greens hij even. Hij schudde zijn hele lichaam uit. Spetters vlogen in de rondte, en ook op neveah. Een valse grijns verscheen op zijn gelaat waarna hij haar een speels zwiepje gaf met zijn dikke golvende staart. Hij stapte imposant naar een andere boom, draaide zich richting de merrie en staarde haar aan. Ze was anders dan andere merries. Deamon haalde niks in zijn hoofd. Maar kijken mocht toch? Flirten mocht toch? Deamon deed het gewoon.

Nevaeh

Nevaeh

Splinters van de schors bleven in haar gehemelte, tandvlees en tong hangen. Snuivend bewoog ze haar sterke kaken om de meeste splinters weg te halen. Ze gleed met haar ruwe tong over haar gehemelte. Het prikkende gevoel was behoorlijk irritant. Ze hoorde het gezucht van Deamon, iets waardoor er een vals grijnsje rond haar mondhoeken uitgeschilderd werd. Ze draaide haar pikzwarte nek om naar de hengst. Opeens dwarrelde er vanuit het niets een sneeuevlok naar beneden. Nevaeh volgde de vlok met haar smaragdgroene ogen. Hij kwam neer op haar neus, en smolt meteen door de warmte van haar vacht. Ze snoof geïriteerd. "Verdomme." mopperde ze. Waar bleef in godsnaam de zomer? Ze draaide zich volledig om en volgde elke spierbeweging van de hensgt die haar naderde. Ze kneep haar smaragdgroene ogen nogmaals samen en boorde haar irissen diep in die van hem. Spetters gesmolten sneeuw vlogen in haar ogen en op haar vacht. Ze reageerde echter snel en sloeg haar hoef in het ijs onder haar, waardoor wat sneeuw en ijs tegen zijn borst aansloeg. Een valse grinnik verliet haar keelgat. Haar vacht trilde onmiddelijk waar zijn weelderige staart haar kont had geraakt. De alarmbellen in haar hoofd begonnen te rinkelen. Dit was geen vriendschappelijk gebaar, dit was net iets meer.... Wat wilde de zwartvacht van haar? Ze twijfelde. Of het spelletje meespelen, of hem afwijzen. Meestal ging ze voor het eerste, maar er was iets wat haar tegenhield. Een ongemakelijkke stilte hing dreigend tussen hen in. Toen begon ze te fluisteren. " Wat wil je van me, Deamon?" Waren haar zachte,haast breekbare wooden.



Laatst aangepast door Nevaeh op za 11 feb - 22:18; in totaal 1 keer bewerkt

Deamon

Deamon

Deamon wacht nog steeds in spanning af op wat er komen gaat, hij kijkt uit je beeldscherm en snuift eventjes. " en al klaar?" zegt hij ongeduldig en kijkt je aan

Hahahaha

Deamon

Deamon

Deamon richtte zijn onvoorspelbare uiterst kalme ogen richting de zwarte merrie. Een valse grijns verscheen op zijn lippen. Toen de zwarte merrie geirriteerd haar hoeven in de sneeuw stampte kreeg deamon een paar brokken sneeuw tegen zijn borst. " auw " sprak deamon sarcastiche uit en keek haar op een droge manier aan. De merrie keek hem bijna aan alsof hij dood moest vallen maar het deerde deamon niks en gleed weer even met zijn ogen over haar lichaam. Ze zag er goed uit. Haar spieren zaten op de juiste plek, en haar donkere giftige ogen leek deamkn wel wat. Het bleven bij gedachtes toen de merrie zacht en breekbaar begon te vragen wat deamon van haar moest. Deamon lachde even vals en draaide zich naar de zwarte merrie. " ik moet niks van je, zat je even te plagen? Of word je nu een beetje bang " sprak deamon plagerig en bleef haar aankijken terwijl hij even zijn zware staart zwiepte om een kriebel op zijn rug te verwijderen.

Nevaeh

Nevaeh

Ze rolde met haar donkergroene ogen toen de zwarte wat sarcastisch begon te brabbelen. Die hengsten ook. Haar fijn gevormde oorschelpen draaide ze wat geïriteerd naar achteren. Haar mondhoeken, die gewoonlijk al naar beneden wezen zakten naar beneden. Ze zwiepte haar klitterige staart geprikkeld van links naar rechts, van rechts naar links en zo werd het riedeltje herhaald. Ondertussen was het harder gaan sneeuwen, dikke vlokken poeder daalden neer op haar vacht zodat ze om de minuut met haar lichaam moest schudden om het nogal vervelende witte laagje van haar vacht te verdrijven. De maan, de sterren, niks was er meer te zien. De lucht was bedekt met een brei van donkere, dreigende wolken. De wereld werd erdoor een stuk donkerder. Ze voelde zich thuis in de duisternis, de schaduw van de Dood hemzelf. Een verlichtende zucht ontsnapte haar keelgat toen de hengst zijn woorden uitsprak, onhoorbaar voor de Friese hengst een paar stappen bij haar vandaan. Ze sloot haar ogen even. Met een valse glans in haar smaragdgroene ogen zweefde ze lichtvoetig naar de zwartvacht toe, haar diepzwarte hoofd haast arrogant in de lucht geheven. " Wat een komiek ben jij, zwartvacht. Voor wat in hemelsnaam, behalve de Duivel hemzelf, zou ik in godsnaam bang moeten zijn?" Ze vreesde noch bloed noch de dood. Natuurlijk was het niet leuk om dood te gaan, maar als haar tijd nu zou komen had ze daar vreden mee, evenals gisteren of morgen. Ze nam plaats naast Deamon en tuurde naar de lucht. Een koele bries probeerde haar manen mee te trekken, ze ervan te overtuigen dat vrij zijn veel fijner ws. Echter won de wind niet, net zoals de wind nooit zou winnen - Haar manen werden roekeloos terugegooid tegen haar sterke nek.

Deamon

Deamon

Deamon zag hoe de merrie reageerde en greens eventjes. Ook deamon wierp een blik op de donkere massa van buien. Een storing van koude en warme lucht. Wat uiteindelijk neerslag tot gevolgen heeft. Het zal niet lang meer duren of het voorjaar zal langzaam haar intrede doen. Je kon het al merken. De dagen werden langer, de zon begon zijn krachten al te krijgen, de beestjes kwamen allemaal al langzaam uit de winterslaap en winterrust. Allemaal een teken dat het niet zo lang meer duurde. En aan de ene kant was het ook wel weer tijd dat er weer voedsel ging groeien, dat er weer water ging stromen. Deamon wierp even een blik. De zwarte merrie met de naam neveah. Ja, zij zal zeker het voorjaar wel kunnen gebruiken, want die kleine reserves die ze nog heeft kan ze geen maanden meer mee volhouden.

Deamon hoorde de woorden van de merrie die zij dat ze niet bang was deamon greens vals. " oke, maar waarom vroeg je voorzichtig en op zown breekbare manier wat ik van plan was, je kneep hem wel een beetje ? " vroeg deamon aan de merrie terwijl de merrie naast hem kwam staan. Deamon deerde het niks en tuurde wat voorzich uit waarna hij een schuin ook op de merrie richtte.

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum